Taalpatronen in NLP: het Metamodel
Taal is één van de belangrijkste aspecten (zo niet het belangrijkste aspect) van NLP. Met taal, verbaal en nonverbaal, geven we bijvoorbeeld onze ervaringen weer. Een eigenaardig iets is dat we daarbij regelmatig gebruik maken van zogenaamde sluiproutes. We geven dan met één of enkele zinnen een hele gebeurtenis weer. Als je iemand tegenkomt die je al een jaar niet hebt gezien en je vraagt aan die persoon hoe het met hem/haar gaat, dan kan hij/zij antwoorden: "het gaat goed". En met die zin vat die persoon een heel jaar samen.
Het Meta model is, naast het Milton model, één van de twee taalmodellen binnen NLP. Hoewel je met het Meta model nog veel meer kunt, wordt het vaak alleen gebruikt en geleerd om iemand tot specifieke beschrijvingen van zijn of haar ervaringen te leiden. Het model beschrijft hoe je de drie manieren waarop iemand informatie filtert, in zijn/haar taalgebruik kunt herkennen. Vervolgens kun je door middel van het stellen van vragen, die representatie van ervaringen specifieker laten uitdrukken, verrijken en daarmee iemand meer keuzes en meer vrijheid geven. Veel uitspraken die mensen doen vallen overigens onder meerdere taalpatronen van het model.
Een leuk voorbeeld is dat in een ziekenhuis verpleegsters het Meta model gebruikten als patiënten opmerkingen maakten als: "Ik weet zeker dat ik nog verder achteruit ga" of "Ik kan nog niet op krukken lopen". Telkens als een patiënt zo'n opmerking maakte, stelden de verpleegsters Metamodel-vragen. Het gevolg was dat het gemiddelde verblijf van patiënten in het ziekenhuis daalde van 14 dagen tot 12,2 dagen. En dat alleen door taal anders te gebruiken...
Het Meta model is een methode om naar de vorm van uitspraken te luisteren, in plaats van naar de inhoud.
Het hele artikel lezen? Log dan eerst aan de linkerkant in. Heb je nog geen profiel? Maak hier je gratis profiel aan!
| < Vorige | Volgende > |
|---|







